Vervoeging van ophangen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

ophangen
to hang up (to append or suspend)
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)hang op
Verleden tijd (ik)hing op
Voltooid deelwoordopgehangen
Volledige vervoeging van het werkwoord ophangen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik hang op
jij hangt op (inversie: hang op jij)
u hangt op
hij/zij/het hangt op
wij hangen op
jullie hangen op
zij hangen op

Verleden tijd

ik hing op
jij hing op
u hing op
hij/zij/het hing op
wij hingen op
jullie hingen op
zij hingen op

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik ophang
(dat) jij ophangt
(dat) u ophangt
(dat) hij/zij/het ophangt
(dat) wij ophangen
(dat) jullie ophangen
(dat) zij ophangen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik ophing
(dat) jij ophing
(dat) u ophing
(dat) hij/zij/het ophing
(dat) wij ophingen
(dat) jullie ophingen
(dat) zij ophingen

Gebiedende wijs

Imperatief

hang op

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

ophangen

Gerundium

ophangen

Onvoltooid deelwoord

ophangend

Voltooid deelwoord

opgehangen

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.