to dig up, to excavate, to disinter
Tegenwoordige tijd (ik)graaf op
Verleden tijd (ik)groef op
Voltooid deelwoordopgegraven
Volledige vervoeging van het werkwoord opgraven: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik graaf op
jij graaft op (inversie: graaf op jij)
u graaft op
hij/zij/het graaft op
wij graven op
jullie graven op
zij graven op
Verleden tijd
ik groef op
jij groef op
u groef op
hij/zij/het groef op
wij groeven op
jullie groeven op
zij groeven op
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik opgraaf
(dat) jij opgraaft
(dat) u opgraaft
(dat) hij/zij/het opgraaft
(dat) wij opgraven
(dat) jullie opgraven
(dat) zij opgraven
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik opgroef
(dat) jij opgroef
(dat) u opgroef
(dat) hij/zij/het opgroef
(dat) wij opgroeven
(dat) jullie opgroeven
(dat) zij opgroeven
Gebiedende wijs
Imperatief
graaf op
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
opgraven
Gerundium
opgraven
Onvoltooid deelwoord
opgravend
Voltooid deelwoord
opgegraven
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.