Vervoeging van opgooien

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

opgooien
to throw upwards
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)gooi op
Verleden tijd (ik)gooide op
Voltooid deelwoordopgegooid
Volledige vervoeging van het werkwoord opgooien: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik gooi op
jij gooit op (inversie: gooi op jij)
u gooit op
hij/zij/het gooit op
wij gooien op
jullie gooien op
zij gooien op

Verleden tijd

ik gooide op
jij gooide op
u gooide op
hij/zij/het gooide op
wij gooiden op
jullie gooiden op
zij gooiden op

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik opgooi
(dat) jij opgooit
(dat) u opgooit
(dat) hij/zij/het opgooit
(dat) wij opgooien
(dat) jullie opgooien
(dat) zij opgooien

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik opgooide
(dat) jij opgooide
(dat) u opgooide
(dat) hij/zij/het opgooide
(dat) wij opgooiden
(dat) jullie opgooiden
(dat) zij opgooiden

Gebiedende wijs

Imperatief

gooi op

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

opgooien

Gerundium

opgooien

Onvoltooid deelwoord

opgooiend

Voltooid deelwoord

opgegooid

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.