Vervoeging van opgeven

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

opgeven
to give up, relinquish
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)geef op
Verleden tijd (ik)gaf op
Voltooid deelwoordopgegeven
Volledige vervoeging van het werkwoord opgeven: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik geef op
jij geeft op (inversie: geef op jij)
u geeft op
hij/zij/het geeft op
wij geven op
jullie geven op
zij geven op

Verleden tijd

ik gaf op
jij gaf op
u gaf op
hij/zij/het gaf op
wij gaven op
jullie gaven op
zij gaven op

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik opgeef
(dat) jij opgeeft
(dat) u opgeeft
(dat) hij/zij/het opgeeft
(dat) wij opgeven
(dat) jullie opgeven
(dat) zij opgeven

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik opgaf
(dat) jij opgaf
(dat) u opgaf
(dat) hij/zij/het opgaf
(dat) wij opgaven
(dat) jullie opgaven
(dat) zij opgaven

Gebiedende wijs

Imperatief

geef op

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

opgeven

Gerundium

opgeven

Onvoltooid deelwoord

opgevend

Voltooid deelwoord

opgegeven

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.