Vervoeging van opgebruiken

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

opgebruiken
to use up
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)gebruik op
Verleden tijd (ik)gebruikte op
Voltooid deelwoordopgebruikt
Volledige vervoeging van het werkwoord opgebruiken: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik gebruik op
jij gebruikt op (inversie: gebruik op jij)
u gebruikt op
hij/zij/het gebruikt op
wij gebruiken op
jullie gebruiken op
zij gebruiken op

Verleden tijd

ik gebruikte op
jij gebruikte op
u gebruikte op
hij/zij/het gebruikte op
wij gebruikten op
jullie gebruikten op
zij gebruikten op

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik opgebruik
(dat) jij opgebruikt
(dat) u opgebruikt
(dat) hij/zij/het opgebruikt
(dat) wij opgebruiken
(dat) jullie opgebruiken
(dat) zij opgebruiken

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik opgebruikte
(dat) jij opgebruikte
(dat) u opgebruikte
(dat) hij/zij/het opgebruikte
(dat) wij opgebruikten
(dat) jullie opgebruikten
(dat) zij opgebruikten

Gebiedende wijs

Imperatief

gebruik op

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

opgebruiken

Gerundium

opgebruiken

Onvoltooid deelwoord

opgebruikend

Voltooid deelwoord

opgebruikt

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.