Vervoeging van opflikkeren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

opflikkeren
to fuck off, bugger off
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)flikker op
Verleden tijd (ik)flikkerde op
Voltooid deelwoordopgeflikkerd
Volledige vervoeging van het werkwoord opflikkeren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik flikker op
jij flikkert op (inversie: flikker op jij)
u flikkert op
hij/zij/het flikkert op
wij flikkeren op
jullie flikkeren op
zij flikkeren op

Verleden tijd

ik flikkerde op
jij flikkerde op
u flikkerde op
hij/zij/het flikkerde op
wij flikkerden op
jullie flikkerden op
zij flikkerden op

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik opflikker
(dat) jij opflikkert
(dat) u opflikkert
(dat) hij/zij/het opflikkert
(dat) wij opflikkeren
(dat) jullie opflikkeren
(dat) zij opflikkeren

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik opflikkerde
(dat) jij opflikkerde
(dat) u opflikkerde
(dat) hij/zij/het opflikkerde
(dat) wij opflikkerden
(dat) jullie opflikkerden
(dat) zij opflikkerden

Gebiedende wijs

Imperatief

flikker op

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

opflikkeren

Gerundium

opflikkeren

Onvoltooid deelwoord

opflikkerend

Voltooid deelwoord

opgeflikkerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.