Vervoeging van opeten

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

opeten
to eat up, to devour
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)eet op
Verleden tijd (ik)at op
Voltooid deelwoordopgegeten
Volledige vervoeging van het werkwoord opeten: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik eet op
jij eet op
u eet op
hij/zij/het eet op
wij eten op
jullie eten op
zij eten op

Verleden tijd

ik at op
jij at op
u at op
hij/zij/het at op
wij aten op
jullie aten op
zij aten op

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik opeet
(dat) jij opeet
(dat) u opeet
(dat) hij/zij/het opeet
(dat) wij opeten
(dat) jullie opeten
(dat) zij opeten

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik opat
(dat) jij opat
(dat) u opat
(dat) hij/zij/het opat
(dat) wij opaten
(dat) jullie opaten
(dat) zij opaten

Gebiedende wijs

Imperatief

eet op

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

opeten

Gerundium

opeten

Onvoltooid deelwoord

opetend

Voltooid deelwoord

opgegeten

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.