Vervoeging van openbreken

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

openbreken
to break open
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)breek open
Verleden tijd (ik)brak open
Voltooid deelwoordopengebroken
Volledige vervoeging van het werkwoord openbreken: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik breek open
jij breekt open (inversie: breek open jij)
u breekt open
hij/zij/het breekt open
wij breken open
jullie breken open
zij breken open

Verleden tijd

ik brak open
jij brak open
u brak open
hij/zij/het brak open
wij braken open
jullie braken open
zij braken open

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik openbreek
(dat) jij openbreekt
(dat) u openbreekt
(dat) hij/zij/het openbreekt
(dat) wij openbreken
(dat) jullie openbreken
(dat) zij openbreken

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik openbrak
(dat) jij openbrak
(dat) u openbrak
(dat) hij/zij/het openbrak
(dat) wij openbraken
(dat) jullie openbraken
(dat) zij openbraken

Gebiedende wijs

Imperatief

breek open

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

openbreken

Gerundium

openbreken

Onvoltooid deelwoord

openbrekend

Voltooid deelwoord

opengebroken

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.