Vervoeging van opeisen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

opeisen
to claim, demand
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)eis op
Verleden tijd (ik)eiste op
Voltooid deelwoordopgeëist
Volledige vervoeging van het werkwoord opeisen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik eis op
jij eist op (inversie: eis op jij)
u eist op
hij/zij/het eist op
wij eisen op
jullie eisen op
zij eisen op

Verleden tijd

ik eiste op
jij eiste op
u eiste op
hij/zij/het eiste op
wij eisten op
jullie eisten op
zij eisten op

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik opeis
(dat) jij opeist
(dat) u opeist
(dat) hij/zij/het opeist
(dat) wij opeisen
(dat) jullie opeisen
(dat) zij opeisen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik opeiste
(dat) jij opeiste
(dat) u opeiste
(dat) hij/zij/het opeiste
(dat) wij opeisten
(dat) jullie opeisten
(dat) zij opeisten

Gebiedende wijs

Imperatief

eis op

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

opeisen

Gerundium

opeisen

Onvoltooid deelwoord

opeisend

Voltooid deelwoord

opgeëist

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.