to appear, to emerge, to turn up, to show up (usually suddenly after being hidden or absent for some time)
Tegenwoordige tijd (ik)duik op
Verleden tijd (ik)dook op
Voltooid deelwoordopgedoken
Volledige vervoeging van het werkwoord opduiken: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik duik op
jij duikt op (inversie: duik op jij)
u duikt op
hij/zij/het duikt op
wij duiken op
jullie duiken op
zij duiken op
Verleden tijd
ik dook op
jij dook op
u dook op
hij/zij/het dook op
wij doken op
jullie doken op
zij doken op
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik opduik
(dat) jij opduikt
(dat) u opduikt
(dat) hij/zij/het opduikt
(dat) wij opduiken
(dat) jullie opduiken
(dat) zij opduiken
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik opdook
(dat) jij opdook
(dat) u opdook
(dat) hij/zij/het opdook
(dat) wij opdoken
(dat) jullie opdoken
(dat) zij opdoken
Gebiedende wijs
Imperatief
duik op
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
opduiken
Gerundium
opduiken
Onvoltooid deelwoord
opduikend
Voltooid deelwoord
opgedoken
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.