Vervoeging van opdrinken

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

opdrinken
to drink up, to finish one's drink
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)drink op
Verleden tijd (ik)dronk op
Voltooid deelwoordopgedronken
Volledige vervoeging van het werkwoord opdrinken: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik drink op
jij drinkt op (inversie: drink op jij)
u drinkt op
hij/zij/het drinkt op
wij drinken op
jullie drinken op
zij drinken op

Verleden tijd

ik dronk op
jij dronk op
u dronk op
hij/zij/het dronk op
wij dronken op
jullie dronken op
zij dronken op

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik opdrink
(dat) jij opdrinkt
(dat) u opdrinkt
(dat) hij/zij/het opdrinkt
(dat) wij opdrinken
(dat) jullie opdrinken
(dat) zij opdrinken

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik opdronk
(dat) jij opdronk
(dat) u opdronk
(dat) hij/zij/het opdronk
(dat) wij opdronken
(dat) jullie opdronken
(dat) zij opdronken

Gebiedende wijs

Imperatief

drink op

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

opdrinken

Gerundium

opdrinken

Onvoltooid deelwoord

opdrinkend

Voltooid deelwoord

opgedronken

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.