Vervoeging van opdringen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

opdringen
to thrust or force something upon someone; to forcibly make someone accept something
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)dring op
Verleden tijd (ik)drong op
Voltooid deelwoordopgedrongen
Volledige vervoeging van het werkwoord opdringen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik dring op
jij dringt op (inversie: dring op jij)
u dringt op
hij/zij/het dringt op
wij dringen op
jullie dringen op
zij dringen op

Verleden tijd

ik drong op
jij drong op
u drong op
hij/zij/het drong op
wij drongen op
jullie drongen op
zij drongen op

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik opdring
(dat) jij opdringt
(dat) u opdringt
(dat) hij/zij/het opdringt
(dat) wij opdringen
(dat) jullie opdringen
(dat) zij opdringen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik opdrong
(dat) jij opdrong
(dat) u opdrong
(dat) hij/zij/het opdrong
(dat) wij opdrongen
(dat) jullie opdrongen
(dat) zij opdrongen

Gebiedende wijs

Imperatief

dring op

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

opdringen

Gerundium

opdringen

Onvoltooid deelwoord

opdringend

Voltooid deelwoord

opgedrongen

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.