Vervoeging van opdonderen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

opdonderen
to get lost, beat it
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)donder op
Verleden tijd (ik)donderde op
Voltooid deelwoordopgedonderd
Volledige vervoeging van het werkwoord opdonderen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik donder op
jij dondert op (inversie: donder op jij)
u dondert op
hij/zij/het dondert op
wij donderen op
jullie donderen op
zij donderen op

Verleden tijd

ik donderde op
jij donderde op
u donderde op
hij/zij/het donderde op
wij donderden op
jullie donderden op
zij donderden op

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik opdonder
(dat) jij opdondert
(dat) u opdondert
(dat) hij/zij/het opdondert
(dat) wij opdonderen
(dat) jullie opdonderen
(dat) zij opdonderen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik opdonderde
(dat) jij opdonderde
(dat) u opdonderde
(dat) hij/zij/het opdonderde
(dat) wij opdonderden
(dat) jullie opdonderden
(dat) zij opdonderden

Gebiedende wijs

Imperatief

donder op

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

opdonderen

Gerundium

opdonderen

Onvoltooid deelwoord

opdonderend

Voltooid deelwoord

opgedonderd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.