Vervoeging van opdoen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

opdoen
to acquire
irregular separable
scheidbaar
onregelmatig
Tegenwoordige tijd (ik)doe op
Verleden tijd (ik)deed op
Voltooid deelwoordopgedaan
Volledige vervoeging van het werkwoord opdoen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik doe op
jij doet op (inversie: doe op jij)
u doet op
hij/zij/het doet op
wij doen op
jullie doen op
zij doen op

Verleden tijd

ik deed op
jij deed op
u deed op
hij/zij/het deed op
wij deden op
jullie deden op
zij deden op

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik opdoe
(dat) jij opdoet
(dat) u opdoet
(dat) hij/zij/het opdoet
(dat) wij opdoen
(dat) jullie opdoen
(dat) zij opdoen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik opdeed
(dat) jij opdeed
(dat) u opdeed
(dat) hij/zij/het opdeed
(dat) wij opdeden
(dat) jullie opdeden
(dat) zij opdeden

Gebiedende wijs

Imperatief

doe op

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

opdoen

Gerundium

opdoen

Onvoltooid deelwoord

opdoend

Voltooid deelwoord

opgedaan

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.