Vervoeging van opdoemen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

opdoemen
to appear out of nowhere
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)doem op
Verleden tijd (ik)doemde op
Voltooid deelwoordopgedoemd
Volledige vervoeging van het werkwoord opdoemen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik doem op
jij doemt op (inversie: doem op jij)
u doemt op
hij/zij/het doemt op
wij doemen op
jullie doemen op
zij doemen op

Verleden tijd

ik doemde op
jij doemde op
u doemde op
hij/zij/het doemde op
wij doemden op
jullie doemden op
zij doemden op

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik opdoem
(dat) jij opdoemt
(dat) u opdoemt
(dat) hij/zij/het opdoemt
(dat) wij opdoemen
(dat) jullie opdoemen
(dat) zij opdoemen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik opdoemde
(dat) jij opdoemde
(dat) u opdoemde
(dat) hij/zij/het opdoemde
(dat) wij opdoemden
(dat) jullie opdoemden
(dat) zij opdoemden

Gebiedende wijs

Imperatief

doem op

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

opdoemen

Gerundium

opdoemen

Onvoltooid deelwoord

opdoemend

Voltooid deelwoord

opgedoemd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.