to shut down, to close down
Tegenwoordige tijd (ik)doek op
Verleden tijd (ik)doekte op
Voltooid deelwoordopgedoekt
Volledige vervoeging van het werkwoord opdoeken: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik doek op
jij doekt op (inversie: doek op jij)
u doekt op
hij/zij/het doekt op
wij doeken op
jullie doeken op
zij doeken op
Verleden tijd
ik doekte op
jij doekte op
u doekte op
hij/zij/het doekte op
wij doekten op
jullie doekten op
zij doekten op
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik opdoek
(dat) jij opdoekt
(dat) u opdoekt
(dat) hij/zij/het opdoekt
(dat) wij opdoeken
(dat) jullie opdoeken
(dat) zij opdoeken
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik opdoekte
(dat) jij opdoekte
(dat) u opdoekte
(dat) hij/zij/het opdoekte
(dat) wij opdoekten
(dat) jullie opdoekten
(dat) zij opdoekten
Gebiedende wijs
Imperatief
doek op
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
opdoeken
Gerundium
opdoeken
Onvoltooid deelwoord
opdoekend
Voltooid deelwoord
opgedoekt
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.