Vervoeging van opdelen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

opdelen
to divvy up, subdivide
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)deel op
Verleden tijd (ik)deelde op
Voltooid deelwoordopgedeeld
Volledige vervoeging van het werkwoord opdelen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik deel op
jij deelt op (inversie: deel op jij)
u deelt op
hij/zij/het deelt op
wij delen op
jullie delen op
zij delen op

Verleden tijd

ik deelde op
jij deelde op
u deelde op
hij/zij/het deelde op
wij deelden op
jullie deelden op
zij deelden op

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik opdeel
(dat) jij opdeelt
(dat) u opdeelt
(dat) hij/zij/het opdeelt
(dat) wij opdelen
(dat) jullie opdelen
(dat) zij opdelen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik opdeelde
(dat) jij opdeelde
(dat) u opdeelde
(dat) hij/zij/het opdeelde
(dat) wij opdeelden
(dat) jullie opdeelden
(dat) zij opdeelden

Gebiedende wijs

Imperatief

deel op

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

opdelen

Gerundium

opdelen

Onvoltooid deelwoord

opdelend

Voltooid deelwoord

opgedeeld

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.