Vervoeging van opdagen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

opdagen
to show up, to appear
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)daag op
Verleden tijd (ik)daagde op
Voltooid deelwoordopgedaagd
Volledige vervoeging van het werkwoord opdagen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik daag op
jij daagt op (inversie: daag op jij)
u daagt op
hij/zij/het daagt op
wij dagen op
jullie dagen op
zij dagen op

Verleden tijd

ik daagde op
jij daagde op
u daagde op
hij/zij/het daagde op
wij daagden op
jullie daagden op
zij daagden op

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik opdaag
(dat) jij opdaagt
(dat) u opdaagt
(dat) hij/zij/het opdaagt
(dat) wij opdagen
(dat) jullie opdagen
(dat) zij opdagen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik opdaagde
(dat) jij opdaagde
(dat) u opdaagde
(dat) hij/zij/het opdaagde
(dat) wij opdaagden
(dat) jullie opdaagden
(dat) zij opdaagden

Gebiedende wijs

Imperatief

daag op

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

opdagen

Gerundium

opdagen

Onvoltooid deelwoord

opdagend

Voltooid deelwoord

opgedaagd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.