Vervoeging van opbrengen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

opbrengen
to yield, to produce
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)breng op
Verleden tijd (ik)bracht op
Voltooid deelwoordopgebracht
Volledige vervoeging van het werkwoord opbrengen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik breng op
jij brengt op (inversie: breng op jij)
u brengt op
hij/zij/het brengt op
wij brengen op
jullie brengen op
zij brengen op

Verleden tijd

ik bracht op
jij bracht op
u bracht op
hij/zij/het bracht op
wij brachten op
jullie brachten op
zij brachten op

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik opbreng
(dat) jij opbrengt
(dat) u opbrengt
(dat) hij/zij/het opbrengt
(dat) wij opbrengen
(dat) jullie opbrengen
(dat) zij opbrengen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik opbracht
(dat) jij opbracht
(dat) u opbracht
(dat) hij/zij/het opbracht
(dat) wij opbrachten
(dat) jullie opbrachten
(dat) zij opbrachten

Gebiedende wijs

Imperatief

breng op

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

opbrengen

Gerundium

opbrengen

Onvoltooid deelwoord

opbrengend

Voltooid deelwoord

opgebracht

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.