to contend with effort [with tegen ‘with’], to act with exertion
Tegenwoordige tijd (ik)boks op
Verleden tijd (ik)bokste op
Voltooid deelwoordopgebokst
Volledige vervoeging van het werkwoord opboksen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik boks op
jij bokst op (inversie: boks op jij)
u bokst op
hij/zij/het bokst op
wij boksen op
jullie boksen op
zij boksen op
Verleden tijd
ik bokste op
jij bokste op
u bokste op
hij/zij/het bokste op
wij boksten op
jullie boksten op
zij boksten op
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik opboks
(dat) jij opbokst
(dat) u opbokst
(dat) hij/zij/het opbokst
(dat) wij opboksen
(dat) jullie opboksen
(dat) zij opboksen
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik opbokste
(dat) jij opbokste
(dat) u opbokste
(dat) hij/zij/het opbokste
(dat) wij opboksten
(dat) jullie opboksten
(dat) zij opboksten
Gebiedende wijs
Imperatief
boks op
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
opboksen
Gerundium
opboksen
Onvoltooid deelwoord
opboksend
Voltooid deelwoord
opgebokst
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.