Vervoeging van opblijven

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

opblijven
to stay up, to remain awake
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)blijf op
Verleden tijd (ik)bleef op
Voltooid deelwoordopgebleven
Volledige vervoeging van het werkwoord opblijven: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik blijf op
jij blijft op (inversie: blijf op jij)
u blijft op
hij/zij/het blijft op
wij blijven op
jullie blijven op
zij blijven op

Verleden tijd

ik bleef op
jij bleef op
u bleef op
hij/zij/het bleef op
wij bleven op
jullie bleven op
zij bleven op

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik opblijf
(dat) jij opblijft
(dat) u opblijft
(dat) hij/zij/het opblijft
(dat) wij opblijven
(dat) jullie opblijven
(dat) zij opblijven

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik opbleef
(dat) jij opbleef
(dat) u opbleef
(dat) hij/zij/het opbleef
(dat) wij opbleven
(dat) jullie opbleven
(dat) zij opbleven

Gebiedende wijs

Imperatief

blijf op

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

opblijven

Gerundium

opblijven

Onvoltooid deelwoord

opblijvend

Voltooid deelwoord

opgebleven

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.