Vervoeging van opbiepen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

opbiepen
to beep (someone), call by beeper
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)biep op
Verleden tijd (ik)biepte op
Voltooid deelwoordopgebiept
Volledige vervoeging van het werkwoord opbiepen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik biep op
jij biept op (inversie: biep op jij)
u biept op
hij/zij/het biept op
wij biepen op
jullie biepen op
zij biepen op

Verleden tijd

ik biepte op
jij biepte op
u biepte op
hij/zij/het biepte op
wij biepten op
jullie biepten op
zij biepten op

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik opbiep
(dat) jij opbiept
(dat) u opbiept
(dat) hij/zij/het opbiept
(dat) wij opbiepen
(dat) jullie opbiepen
(dat) zij opbiepen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik opbiepte
(dat) jij opbiepte
(dat) u opbiepte
(dat) hij/zij/het opbiepte
(dat) wij opbiepten
(dat) jullie opbiepten
(dat) zij opbiepten

Gebiedende wijs

Imperatief

biep op

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

opbiepen

Gerundium

opbiepen

Onvoltooid deelwoord

opbiepend

Voltooid deelwoord

opgebiept

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.