Vervoeging van opbiechten

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

opbiechten
to confess, own up
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)biecht op
Verleden tijd (ik)biechtte op
Voltooid deelwoordopgebiecht
Volledige vervoeging van het werkwoord opbiechten: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik biecht op
jij biecht op
u biecht op
hij/zij/het biecht op
wij biechten op
jullie biechten op
zij biechten op

Verleden tijd

ik biechtte op
jij biechtte op
u biechtte op
hij/zij/het biechtte op
wij biechtten op
jullie biechtten op
zij biechtten op

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik opbiecht
(dat) jij opbiecht
(dat) u opbiecht
(dat) hij/zij/het opbiecht
(dat) wij opbiechten
(dat) jullie opbiechten
(dat) zij opbiechten

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik opbiechtte
(dat) jij opbiechtte
(dat) u opbiechtte
(dat) hij/zij/het opbiechtte
(dat) wij opbiechtten
(dat) jullie opbiechtten
(dat) zij opbiechtten

Gebiedende wijs

Imperatief

biecht op

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

opbiechten

Gerundium

opbiechten

Onvoltooid deelwoord

opbiechtend

Voltooid deelwoord

opgebiecht

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.