to store, to stash away, to pack away, to stow away
Tegenwoordige tijd (ik)berg op
Verleden tijd (ik)borg op
Voltooid deelwoordopgeborgen
Volledige vervoeging van het werkwoord opbergen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik berg op
jij bergt op (inversie: berg op jij)
u bergt op
hij/zij/het bergt op
wij bergen op
jullie bergen op
zij bergen op
Verleden tijd
ik borg op
jij borg op
u borg op
hij/zij/het borg op
wij borgen op
jullie borgen op
zij borgen op
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik opberg
(dat) jij opbergt
(dat) u opbergt
(dat) hij/zij/het opbergt
(dat) wij opbergen
(dat) jullie opbergen
(dat) zij opbergen
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik opborg
(dat) jij opborg
(dat) u opborg
(dat) hij/zij/het opborg
(dat) wij opborgen
(dat) jullie opborgen
(dat) zij opborgen
Gebiedende wijs
Imperatief
berg op
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
opbergen
Gerundium
opbergen
Onvoltooid deelwoord
opbergend
Voltooid deelwoord
opgeborgen
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.