Vervoeging van oorloven

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

oorloven
to allow, to permit
weak
Tegenwoordige tijd (ik)oorloof
Verleden tijd (ik)oorloofde
Voltooid deelwoordgeoorloofd
Volledige vervoeging van het werkwoord oorloven: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik oorloof
jij oorlooft (inversie: oorloof jij)
u oorlooft
hij/zij/het oorlooft
wij oorloven
jullie oorloven
zij oorloven

Verleden tijd

ik oorloofde
jij oorloofde
u oorloofde
hij/zij/het oorloofde
wij oorloofden
jullie oorloofden
zij oorloofden

Gebiedende wijs

Imperatief

oorloof

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

oorloven

Gerundium

oorloven

Onvoltooid deelwoord

oorlovend

Voltooid deelwoord

geoorloofd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.