Vervoeging van ontzeggen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

ontzeggen
to deny, to keep from having
irregular weak
onregelmatig
Tegenwoordige tijd (ik)ontzeg
Verleden tijd (ik)ontzei / ontzegde
Voltooid deelwoordontzegd
Volledige vervoeging van het werkwoord ontzeggen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik ontzeg
jij ontzegt (inversie: ontzeg jij)
u ontzegt
hij/zij/het ontzegt
wij ontzeggen
jullie ontzeggen
zij ontzeggen

Verleden tijd

ik ontzei / ontzegde
jij ontzei (inversie: ontzegde jij)
u ontzei / ontzegde
hij/zij/het ontzei / ontzegde
wij ontzeiden / ontzegden
jullie ontzeiden / ontzegden
zij ontzeiden / ontzegden

Gebiedende wijs

Imperatief

ontzeg

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

ontzeggen

Gerundium

ontzeggen

Onvoltooid deelwoord

ontzeggend

Voltooid deelwoord

ontzegd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.