Vervoeging van ontzegelen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

ontzegelen
to unseal
weak
Tegenwoordige tijd (ik)ontzegel
Verleden tijd (ik)ontzegelde
Voltooid deelwoordontzegeld
Volledige vervoeging van het werkwoord ontzegelen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik ontzegel
jij ontzegelt (inversie: ontzegel jij)
u ontzegelt
hij/zij/het ontzegelt
wij ontzegelen
jullie ontzegelen
zij ontzegelen

Verleden tijd

ik ontzegelde
jij ontzegelde
u ontzegelde
hij/zij/het ontzegelde
wij ontzegelden
jullie ontzegelden
zij ontzegelden

Gebiedende wijs

Imperatief

ontzegel

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

ontzegelen

Gerundium

ontzegelen

Onvoltooid deelwoord

ontzegelend

Voltooid deelwoord

ontzegeld

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.