to flee, to avoid
Tegenwoordige tijd (ik)ontvlied
Verleden tijd (ik)ontvlood
Voltooid deelwoordontvloden
Volledige vervoeging van het werkwoord ontvlieden: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik ontvlied
jij ontvliedt (inversie: ontvlied jij)
u ontvliedt
hij/zij/het ontvliedt
wij ontvlieden
jullie ontvlieden
zij ontvlieden
Verleden tijd
ik ontvlood
jij ontvlood
u ontvlood
hij/zij/het ontvlood
wij ontvloden
jullie ontvloden
zij ontvloden
Gebiedende wijs
Imperatief
ontvlied
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
ontvlieden
Gerundium
ontvlieden
Onvoltooid deelwoord
ontvliedend
Voltooid deelwoord
ontvloden
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.