Vervoeging van ontvallen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

ontvallen
to slip out, to say something unintended
strong
Tegenwoordige tijd (ik)ontval
Verleden tijd (ik)ontviel
Voltooid deelwoordontvallen
Volledige vervoeging van het werkwoord ontvallen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik ontval
jij ontvalt (inversie: ontval jij)
u ontvalt
hij/zij/het ontvalt
wij ontvallen
jullie ontvallen
zij ontvallen

Verleden tijd

ik ontviel
jij ontviel
u ontviel
hij/zij/het ontviel
wij ontvielen
jullie ontvielen
zij ontvielen

Gebiedende wijs

Imperatief

ontval

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

ontvallen

Gerundium

ontvallen

Onvoltooid deelwoord

ontvallend

Voltooid deelwoord

ontvallen

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.