Vervoeging van ontstelen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

2 verschillende werkwoorden « ontstelen »: ontstelen — to deprive · ontstelen — to remove a stalk from fruit
ontstelen
to deprive
strong
Tegenwoordige tijd (ik)ontsteel
Verleden tijd (ik)ontstal
Voltooid deelwoordontstolen
Volledige vervoeging van het werkwoord ontstelen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik ontsteel
jij ontsteelt (inversie: ontsteel jij)
u ontsteelt
hij/zij/het ontsteelt
wij ontstelen
jullie ontstelen
zij ontstelen

Verleden tijd

ik ontstal
jij ontstal
u ontstal
hij/zij/het ontstal
wij ontstalen
jullie ontstalen
zij ontstalen

Gebiedende wijs

Imperatief

ontsteel

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

ontstelen

Gerundium

ontstelen

Onvoltooid deelwoord

ontstelend

Voltooid deelwoord

ontstolen
ontstelen
to remove a stalk from fruit
weak
Tegenwoordige tijd (ik)ontsteel
Verleden tijd (ik)ontsteelde
Voltooid deelwoordontsteeld

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik ontsteel
jij ontsteelt (inversie: ontsteel jij)
u ontsteelt
hij/zij/het ontsteelt
wij ontstelen
jullie ontstelen
zij ontstelen

Verleden tijd

ik ontsteelde
jij ontsteelde
u ontsteelde
hij/zij/het ontsteelde
wij ontsteelden
jullie ontsteelden
zij ontsteelden

Gebiedende wijs

Imperatief

ontsteel

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

ontstelen

Gerundium

ontstelen

Onvoltooid deelwoord

ontstelend

Voltooid deelwoord

ontsteeld

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.