Vervoeging van ontspringen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

ontspringen
to spring, arise – start to exist
strong
Tegenwoordige tijd (ik)ontspring
Verleden tijd (ik)ontsprong
Voltooid deelwoordontsprongen
Volledige vervoeging van het werkwoord ontspringen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik ontspring
jij ontspringt (inversie: ontspring jij)
u ontspringt
hij/zij/het ontspringt
wij ontspringen
jullie ontspringen
zij ontspringen

Verleden tijd

ik ontsprong
jij ontsprong
u ontsprong
hij/zij/het ontsprong
wij ontsprongen
jullie ontsprongen
zij ontsprongen

Gebiedende wijs

Imperatief

ontspring

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

ontspringen

Gerundium

ontspringen

Onvoltooid deelwoord

ontspringend

Voltooid deelwoord

ontsprongen

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.