Vervoeging van ontpoppen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

ontpoppen
to moult, to shed
weak
Tegenwoordige tijd (ik)ontpop
Verleden tijd (ik)ontpopte
Voltooid deelwoordontpopt
Volledige vervoeging van het werkwoord ontpoppen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik ontpop
jij ontpopt (inversie: ontpop jij)
u ontpopt
hij/zij/het ontpopt
wij ontpoppen
jullie ontpoppen
zij ontpoppen

Verleden tijd

ik ontpopte
jij ontpopte
u ontpopte
hij/zij/het ontpopte
wij ontpopten
jullie ontpopten
zij ontpopten

Gebiedende wijs

Imperatief

ontpop

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

ontpoppen

Gerundium

ontpoppen

Onvoltooid deelwoord

ontpoppend

Voltooid deelwoord

ontpopt

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.