Vervoeging van ontpolderen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

ontpolderen
to undo poldering, to return an area of ground to water
weak
Tegenwoordige tijd (ik)ontpolder
Verleden tijd (ik)ontpolderde
Voltooid deelwoordontpolderd
Volledige vervoeging van het werkwoord ontpolderen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik ontpolder
jij ontpoldert (inversie: ontpolder jij)
u ontpoldert
hij/zij/het ontpoldert
wij ontpolderen
jullie ontpolderen
zij ontpolderen

Verleden tijd

ik ontpolderde
jij ontpolderde
u ontpolderde
hij/zij/het ontpolderde
wij ontpolderden
jullie ontpolderden
zij ontpolderden

Gebiedende wijs

Imperatief

ontpolder

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

ontpolderen

Gerundium

ontpolderen

Onvoltooid deelwoord

ontpolderend

Voltooid deelwoord

ontpolderd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.