2 verschillende werkwoorden « ontlijken »:
ontlijken — to no longer resemble, to not appear as · ontlijken — to remove the bolt rope from a sail
to no longer resemble, to not appear as before
Tegenwoordige tijd (ik)ontlijk
Verleden tijd (ik)ontleek
Voltooid deelwoordontleken
Volledige vervoeging van het werkwoord ontlijken: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik ontlijk
jij ontlijkt (inversie: ontlijk jij)
u ontlijkt
hij/zij/het ontlijkt
wij ontlijken
jullie ontlijken
zij ontlijken
Verleden tijd
ik ontleek
jij ontleek
u ontleek
hij/zij/het ontleek
wij ontleken
jullie ontleken
zij ontleken
Gebiedende wijs
Imperatief
ontlijk
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
ontlijken
Gerundium
ontlijken
Onvoltooid deelwoord
ontlijkend
Voltooid deelwoord
ontleken
to remove the bolt rope from a sail
Tegenwoordige tijd (ik)ontlijk
Verleden tijd (ik)ontlijkte
Voltooid deelwoordontlijkt
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik ontlijk
jij ontlijkt (inversie: ontlijk jij)
u ontlijkt
hij/zij/het ontlijkt
wij ontlijken
jullie ontlijken
zij ontlijken
Verleden tijd
ik ontlijkte
jij ontlijkte
u ontlijkte
hij/zij/het ontlijkte
wij ontlijkten
jullie ontlijkten
zij ontlijkten
Gebiedende wijs
Imperatief
ontlijk
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
ontlijken
Gerundium
ontlijken
Onvoltooid deelwoord
ontlijkend
Voltooid deelwoord
ontlijkt
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.