Vervoeging van ontleren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

ontleren
to unlearn
weak
Tegenwoordige tijd (ik)ontleer
Verleden tijd (ik)ontleerde
Voltooid deelwoordontleerd
Volledige vervoeging van het werkwoord ontleren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik ontleer
jij ontleert (inversie: ontleer jij)
u ontleert
hij/zij/het ontleert
wij ontleren
jullie ontleren
zij ontleren

Verleden tijd

ik ontleerde
jij ontleerde
u ontleerde
hij/zij/het ontleerde
wij ontleerden
jullie ontleerden
zij ontleerden

Gebiedende wijs

Imperatief

ontleer

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

ontleren

Gerundium

ontleren

Onvoltooid deelwoord

ontlerend

Voltooid deelwoord

ontleerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.