Vervoeging van ontfutselen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

ontfutselen
to winkle out, wheedle, obtain with difficulty (through trickery or cajoling)
weak
Tegenwoordige tijd (ik)ontfutsel
Verleden tijd (ik)ontfutselde
Voltooid deelwoordontfutseld
Volledige vervoeging van het werkwoord ontfutselen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik ontfutsel
jij ontfutselt (inversie: ontfutsel jij)
u ontfutselt
hij/zij/het ontfutselt
wij ontfutselen
jullie ontfutselen
zij ontfutselen

Verleden tijd

ik ontfutselde
jij ontfutselde
u ontfutselde
hij/zij/het ontfutselde
wij ontfutselden
jullie ontfutselden
zij ontfutselden

Gebiedende wijs

Imperatief

ontfutsel

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

ontfutselen

Gerundium

ontfutselen

Onvoltooid deelwoord

ontfutselend

Voltooid deelwoord

ontfutseld

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.