Vervoeging van ontdubbelen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

ontdubbelen
to split off, to duplicate
weak
Tegenwoordige tijd (ik)ontdubbel
Verleden tijd (ik)ontdubbelde
Voltooid deelwoordontdubbeld
Volledige vervoeging van het werkwoord ontdubbelen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik ontdubbel
jij ontdubbelt (inversie: ontdubbel jij)
u ontdubbelt
hij/zij/het ontdubbelt
wij ontdubbelen
jullie ontdubbelen
zij ontdubbelen

Verleden tijd

ik ontdubbelde
jij ontdubbelde
u ontdubbelde
hij/zij/het ontdubbelde
wij ontdubbelden
jullie ontdubbelden
zij ontdubbelden

Gebiedende wijs

Imperatief

ontdubbel

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

ontdubbelen

Gerundium

ontdubbelen

Onvoltooid deelwoord

ontdubbelend

Voltooid deelwoord

ontdubbeld

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.