Vervoeging van ontberen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

ontberen
to lack (to not have)
weak
Tegenwoordige tijd (ik)ontbeer
Verleden tijd (ik)ontbeerde
Voltooid deelwoordontbeerd
Volledige vervoeging van het werkwoord ontberen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik ontbeer
jij ontbeert (inversie: ontbeer jij)
u ontbeert
hij/zij/het ontbeert
wij ontberen
jullie ontberen
zij ontberen

Verleden tijd

ik ontbeerde
jij ontbeerde
u ontbeerde
hij/zij/het ontbeerde
wij ontbeerden
jullie ontbeerden
zij ontbeerden

Gebiedende wijs

Imperatief

ontbeer

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

ontberen

Gerundium

ontberen

Onvoltooid deelwoord

ontberend

Voltooid deelwoord

ontbeerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.