Vervoeging van omzetten

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

omzetten
to turn, to flip
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)zet om
Verleden tijd (ik)zette om
Voltooid deelwoordomgezet
Volledige vervoeging van het werkwoord omzetten: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik zet om
jij zet om
u zet om
hij/zij/het zet om
wij zetten om
jullie zetten om
zij zetten om

Verleden tijd

ik zette om
jij zette om
u zette om
hij/zij/het zette om
wij zetten om
jullie zetten om
zij zetten om

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik omzet
(dat) jij omzet
(dat) u omzet
(dat) hij/zij/het omzet
(dat) wij omzetten
(dat) jullie omzetten
(dat) zij omzetten

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik omzette
(dat) jij omzette
(dat) u omzette
(dat) hij/zij/het omzette
(dat) wij omzetten
(dat) jullie omzetten
(dat) zij omzetten

Gebiedende wijs

Imperatief

zet om

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

omzetten

Gerundium

omzetten

Onvoltooid deelwoord

omzettend

Voltooid deelwoord

omgezet

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.