Vervoeging van omzeilen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

2 verschillende werkwoorden « omzeilen »: omzeilen — to get around, bypass · omzeilen — to make a detour while sailing; to sail
omzeilen
to get around, bypass
weak
Tegenwoordige tijd (ik)omzeil
Verleden tijd (ik)omzeilde
Voltooid deelwoordomzeild
Volledige vervoeging van het werkwoord omzeilen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik omzeil
jij omzeilt (inversie: omzeil jij)
u omzeilt
hij/zij/het omzeilt
wij omzeilen
jullie omzeilen
zij omzeilen

Verleden tijd

ik omzeilde
jij omzeilde
u omzeilde
hij/zij/het omzeilde
wij omzeilden
jullie omzeilden
zij omzeilden

Gebiedende wijs

Imperatief

omzeil

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

omzeilen

Gerundium

omzeilen

Onvoltooid deelwoord

omzeilend

Voltooid deelwoord

omzeild
omzeilen
to make a detour while sailing; to sail around
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)zeil om
Verleden tijd (ik)zeilde om
Voltooid deelwoordomgezeild

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik zeil om
jij zeilt om (inversie: zeil om jij)
u zeilt om
hij/zij/het zeilt om
wij zeilen om
jullie zeilen om
zij zeilen om

Verleden tijd

ik zeilde om
jij zeilde om
u zeilde om
hij/zij/het zeilde om
wij zeilden om
jullie zeilden om
zij zeilden om

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik omzeil
(dat) jij omzeilt
(dat) u omzeilt
(dat) hij/zij/het omzeilt
(dat) wij omzeilen
(dat) jullie omzeilen
(dat) zij omzeilen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik omzeilde
(dat) jij omzeilde
(dat) u omzeilde
(dat) hij/zij/het omzeilde
(dat) wij omzeilden
(dat) jullie omzeilden
(dat) zij omzeilden

Gebiedende wijs

Imperatief

zeil om

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

omzeilen

Gerundium

omzeilen

Onvoltooid deelwoord

omzeilend

Voltooid deelwoord

omgezeild

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.