2 verschillende werkwoorden « omzeilen »:
omzeilen — to get around, bypass · omzeilen — to make a detour while sailing; to sail
to get around, bypass
Tegenwoordige tijd (ik)omzeil
Verleden tijd (ik)omzeilde
Voltooid deelwoordomzeild
Volledige vervoeging van het werkwoord omzeilen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik omzeil
jij omzeilt (inversie: omzeil jij)
u omzeilt
hij/zij/het omzeilt
wij omzeilen
jullie omzeilen
zij omzeilen
Verleden tijd
ik omzeilde
jij omzeilde
u omzeilde
hij/zij/het omzeilde
wij omzeilden
jullie omzeilden
zij omzeilden
Gebiedende wijs
Imperatief
omzeil
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
omzeilen
Gerundium
omzeilen
Onvoltooid deelwoord
omzeilend
Voltooid deelwoord
omzeild
to make a detour while sailing; to sail around
Tegenwoordige tijd (ik)zeil om
Verleden tijd (ik)zeilde om
Voltooid deelwoordomgezeild
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik zeil om
jij zeilt om (inversie: zeil om jij)
u zeilt om
hij/zij/het zeilt om
wij zeilen om
jullie zeilen om
zij zeilen om
Verleden tijd
ik zeilde om
jij zeilde om
u zeilde om
hij/zij/het zeilde om
wij zeilden om
jullie zeilden om
zij zeilden om
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik omzeil
(dat) jij omzeilt
(dat) u omzeilt
(dat) hij/zij/het omzeilt
(dat) wij omzeilen
(dat) jullie omzeilen
(dat) zij omzeilen
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik omzeilde
(dat) jij omzeilde
(dat) u omzeilde
(dat) hij/zij/het omzeilde
(dat) wij omzeilden
(dat) jullie omzeilden
(dat) zij omzeilden
Gebiedende wijs
Imperatief
zeil om
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
omzeilen
Gerundium
omzeilen
Onvoltooid deelwoord
omzeilend
Voltooid deelwoord
omgezeild
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.