Vervoeging van omzagen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

omzagen
to cut down by sawing
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)zaag om
Verleden tijd (ik)zaagde om
Voltooid deelwoordomgezaagd
Volledige vervoeging van het werkwoord omzagen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik zaag om
jij zaagt om (inversie: zaag om jij)
u zaagt om
hij/zij/het zaagt om
wij zagen om
jullie zagen om
zij zagen om

Verleden tijd

ik zaagde om
jij zaagde om
u zaagde om
hij/zij/het zaagde om
wij zaagden om
jullie zaagden om
zij zaagden om

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik omzaag
(dat) jij omzaagt
(dat) u omzaagt
(dat) hij/zij/het omzaagt
(dat) wij omzagen
(dat) jullie omzagen
(dat) zij omzagen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik omzaagde
(dat) jij omzaagde
(dat) u omzaagde
(dat) hij/zij/het omzaagde
(dat) wij omzaagden
(dat) jullie omzaagden
(dat) zij omzaagden

Gebiedende wijs

Imperatief

zaag om

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

omzagen

Gerundium

omzagen

Onvoltooid deelwoord

omzagend

Voltooid deelwoord

omgezaagd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.