2 verschillende werkwoorden « omwoelen »:
omwoelen — to toss over, to spade over, to upturn, · omwoelen — to toss around, to spade around
to toss over, to spade over, to upturn, to rout (e.g. of swine)
Tegenwoordige tijd (ik)woel om
Verleden tijd (ik)woelde om
Voltooid deelwoordomgewoeld
Volledige vervoeging van het werkwoord omwoelen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik woel om
jij woelt om (inversie: woel om jij)
u woelt om
hij/zij/het woelt om
wij woelen om
jullie woelen om
zij woelen om
Verleden tijd
ik woelde om
jij woelde om
u woelde om
hij/zij/het woelde om
wij woelden om
jullie woelden om
zij woelden om
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik omwoel
(dat) jij omwoelt
(dat) u omwoelt
(dat) hij/zij/het omwoelt
(dat) wij omwoelen
(dat) jullie omwoelen
(dat) zij omwoelen
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik omwoelde
(dat) jij omwoelde
(dat) u omwoelde
(dat) hij/zij/het omwoelde
(dat) wij omwoelden
(dat) jullie omwoelden
(dat) zij omwoelden
Gebiedende wijs
Imperatief
woel om
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
omwoelen
Gerundium
omwoelen
Onvoltooid deelwoord
omwoelend
Voltooid deelwoord
omgewoeld
to toss around, to spade around
Tegenwoordige tijd (ik)omwoel
Verleden tijd (ik)omwoelde
Voltooid deelwoordomwoeld
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik omwoel
jij omwoelt (inversie: omwoel jij)
u omwoelt
hij/zij/het omwoelt
wij omwoelen
jullie omwoelen
zij omwoelen
Verleden tijd
ik omwoelde
jij omwoelde
u omwoelde
hij/zij/het omwoelde
wij omwoelden
jullie omwoelden
zij omwoelden
Gebiedende wijs
Imperatief
omwoel
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
omwoelen
Gerundium
omwoelen
Onvoltooid deelwoord
omwoelend
Voltooid deelwoord
omwoeld
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.