Vervoeging van omwentelen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

omwentelen
to revolve
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)wentel om
Verleden tijd (ik)wentelde om
Voltooid deelwoordomgewenteld
Volledige vervoeging van het werkwoord omwentelen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik wentel om
jij wentelt om (inversie: wentel om jij)
u wentelt om
hij/zij/het wentelt om
wij wentelen om
jullie wentelen om
zij wentelen om

Verleden tijd

ik wentelde om
jij wentelde om
u wentelde om
hij/zij/het wentelde om
wij wentelden om
jullie wentelden om
zij wentelden om

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik omwentel
(dat) jij omwentelt
(dat) u omwentelt
(dat) hij/zij/het omwentelt
(dat) wij omwentelen
(dat) jullie omwentelen
(dat) zij omwentelen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik omwentelde
(dat) jij omwentelde
(dat) u omwentelde
(dat) hij/zij/het omwentelde
(dat) wij omwentelden
(dat) jullie omwentelden
(dat) zij omwentelden

Gebiedende wijs

Imperatief

wentel om

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

omwentelen

Gerundium

omwentelen

Onvoltooid deelwoord

omwentelend

Voltooid deelwoord

omgewenteld

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.