Vervoeging van omwallen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

omwallen
to wall in, to surround with walls
weak
Tegenwoordige tijd (ik)omwal
Verleden tijd (ik)omwalde
Voltooid deelwoordomwald
Volledige vervoeging van het werkwoord omwallen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik omwal
jij omwalt (inversie: omwal jij)
u omwalt
hij/zij/het omwalt
wij omwallen
jullie omwallen
zij omwallen

Verleden tijd

ik omwalde
jij omwalde
u omwalde
hij/zij/het omwalde
wij omwalden
jullie omwalden
zij omwalden

Gebiedende wijs

Imperatief

omwal

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

omwallen

Gerundium

omwallen

Onvoltooid deelwoord

omwallend

Voltooid deelwoord

omwald

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.