Vervoeging van omvallen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

omvallen
to fall over, to topple
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)val om
Verleden tijd (ik)viel om
Voltooid deelwoordomgevallen
Volledige vervoeging van het werkwoord omvallen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik val om
jij valt om (inversie: val om jij)
u valt om
hij/zij/het valt om
wij vallen om
jullie vallen om
zij vallen om

Verleden tijd

ik viel om
jij viel om
u viel om
hij/zij/het viel om
wij vielen om
jullie vielen om
zij vielen om

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik omval
(dat) jij omvalt
(dat) u omvalt
(dat) hij/zij/het omvalt
(dat) wij omvallen
(dat) jullie omvallen
(dat) zij omvallen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik omviel
(dat) jij omviel
(dat) u omviel
(dat) hij/zij/het omviel
(dat) wij omvielen
(dat) jullie omvielen
(dat) zij omvielen

Gebiedende wijs

Imperatief

val om

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

omvallen

Gerundium

omvallen

Onvoltooid deelwoord

omvallend

Voltooid deelwoord

omgevallen

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.