Vervoeging van omstoten

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

omstoten
to overturn, to tip, to upset (an object)
separable strong weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)stoot om
Verleden tijd (ik)stootte om
Voltooid deelwoordomgestoten
Volledige vervoeging van het werkwoord omstoten: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik stoot om
jij stoot om
u stoot om
hij/zij/het stoot om
wij stoten om
jullie stoten om
zij stoten om

Verleden tijd

ik stootte om
jij stootte om
u stootte om
hij/zij/het stootte om
wij stootten om
jullie stootten om
zij stootten om

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik omstoot
(dat) jij omstoot
(dat) u omstoot
(dat) hij/zij/het omstoot
(dat) wij omstoten
(dat) jullie omstoten
(dat) zij omstoten

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik omstootte
(dat) jij omstootte
(dat) u omstootte
(dat) hij/zij/het omstootte
(dat) wij omstootten
(dat) jullie omstootten
(dat) zij omstootten

Gebiedende wijs

Imperatief

stoot om

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

omstoten

Gerundium

omstoten

Onvoltooid deelwoord

omstotend

Voltooid deelwoord

omgestoten

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.