Vervoeging van omslaan

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

omslaan
to turn over
irregular separable strong
scheidbaar
onregelmatig
Tegenwoordige tijd (ik)sla om
Verleden tijd (ik)sloeg om
Voltooid deelwoordomgeslagen
Volledige vervoeging van het werkwoord omslaan: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik sla om
jij slaat om (inversie: sla om jij)
u slaat om
hij/zij/het slaat om
wij slaan om
jullie slaan om
zij slaan om

Verleden tijd

ik sloeg om
jij sloeg om
u sloeg om
hij/zij/het sloeg om
wij sloegen om
jullie sloegen om
zij sloegen om

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik omsla
(dat) jij omslaat
(dat) u omslaat
(dat) hij/zij/het omslaat
(dat) wij omslaan
(dat) jullie omslaan
(dat) zij omslaan

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik omsloeg
(dat) jij omsloeg
(dat) u omsloeg
(dat) hij/zij/het omsloeg
(dat) wij omsloegen
(dat) jullie omsloegen
(dat) zij omsloegen

Gebiedende wijs

Imperatief

sla om

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

omslaan

Gerundium

omslaan

Onvoltooid deelwoord

omslaand

Voltooid deelwoord

omgeslagen

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.