Vervoeging van omrekenen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

omrekenen
to convert (sense 6: to express a unit of measure in terms of another)
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)reken om
Verleden tijd (ik)rekende om
Voltooid deelwoordomgerekend
Volledige vervoeging van het werkwoord omrekenen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik reken om
jij rekent om (inversie: reken om jij)
u rekent om
hij/zij/het rekent om
wij rekenen om
jullie rekenen om
zij rekenen om

Verleden tijd

ik rekende om
jij rekende om
u rekende om
hij/zij/het rekende om
wij rekenden om
jullie rekenden om
zij rekenden om

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik omreken
(dat) jij omrekent
(dat) u omrekent
(dat) hij/zij/het omrekent
(dat) wij omrekenen
(dat) jullie omrekenen
(dat) zij omrekenen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik omrekende
(dat) jij omrekende
(dat) u omrekende
(dat) hij/zij/het omrekende
(dat) wij omrekenden
(dat) jullie omrekenden
(dat) zij omrekenden

Gebiedende wijs

Imperatief

reken om

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

omrekenen

Gerundium

omrekenen

Onvoltooid deelwoord

omrekenend

Voltooid deelwoord

omgerekend

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.