Vervoeging van ompraten

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

ompraten
to talk over, talk into, persuade
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)praat om
Verleden tijd (ik)praatte om
Voltooid deelwoordomgepraat
Volledige vervoeging van het werkwoord ompraten: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik praat om
jij praat om
u praat om
hij/zij/het praat om
wij praten om
jullie praten om
zij praten om

Verleden tijd

ik praatte om
jij praatte om
u praatte om
hij/zij/het praatte om
wij praatten om
jullie praatten om
zij praatten om

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik ompraat
(dat) jij ompraat
(dat) u ompraat
(dat) hij/zij/het ompraat
(dat) wij ompraten
(dat) jullie ompraten
(dat) zij ompraten

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik ompraatte
(dat) jij ompraatte
(dat) u ompraatte
(dat) hij/zij/het ompraatte
(dat) wij ompraatten
(dat) jullie ompraatten
(dat) zij ompraatten

Gebiedende wijs

Imperatief

praat om

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

ompraten

Gerundium

ompraten

Onvoltooid deelwoord

ompratend

Voltooid deelwoord

omgepraat

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.