Vervoeging van omleiden

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

omleiden
to detour, to lead around, to send on a detour
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)leid om
Verleden tijd (ik)leidde om
Voltooid deelwoordomgeleid
Volledige vervoeging van het werkwoord omleiden: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik leid om
jij leidt om (inversie: leid om jij)
u leidt om
hij/zij/het leidt om
wij leiden om
jullie leiden om
zij leiden om

Verleden tijd

ik leidde om
jij leidde om
u leidde om
hij/zij/het leidde om
wij leidden om
jullie leidden om
zij leidden om

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik omleid
(dat) jij omleidt
(dat) u omleidt
(dat) hij/zij/het omleidt
(dat) wij omleiden
(dat) jullie omleiden
(dat) zij omleiden

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik omleidde
(dat) jij omleidde
(dat) u omleidde
(dat) hij/zij/het omleidde
(dat) wij omleidden
(dat) jullie omleidden
(dat) zij omleidden

Gebiedende wijs

Imperatief

leid om

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

omleiden

Gerundium

omleiden

Onvoltooid deelwoord

omleidend

Voltooid deelwoord

omgeleid

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.